- De dames van rond de tafel.
-

barrrb
- June 12th, 2006
Een vreselijk warme dag. Met een glinsterend voorhoofd zitten we met z’n allen rond de tafel. We praten wat met elkaar, maar af en toe vallen er van die stiltes. Dan staart iedereen naar de tafel. De tafel met het papieren tafelkleed met bloemenmotief en de kunstplant in het midden. Kitsch misschien, maar het ziet er gezellig uit. Dat kan iedereen in de kamer beamen.
Ik besluit een verzamel cd met Hollandse meezingers op te zetten en zie direct wat glimlachen bij de dames verschijnen. We zingen allemaal lekker mee. Iets vals soms, maar ach we hebben het leuk samen. Niemand die zich er aan stoort. Opeens merk ik dat een van de dames gestopt is met zingen. Ik zie haar zweten van al die hitte en stel voor om met haar op het balkon te gaan zitten. Er staat een lekker briesje daar. “Ik zou wel willen, maar ik heb zoveel om handen. Daar heb ik helemaal geen tijd voor!” legt ze me uit. Ik knik begrijpend en we kletsen nog wat. Het onderwerp mannen komt aan bod. De dame die tegenover me zit vertelt dat haar man op een schip werkt. “Het is verschrikkelijk, ik zie hem bijna nooit!”, klaagt ze. De dames rond de tafel herkennen het, ze zouden hun man ook wel wat vaker willen zien.
Vanuit mijn ooghoek zie ik dat mijn buurvrouw me al een tijdje aankijkt. Ik vraag haar wat er is. “Nou,” zegt ze, “ik wil even doorgeven dat ik weg ga, mijn vader haalt me straks op.”.
“Ach blijft u nog even, het is net zo gezellig en ik zou het jammer vinden om u hier te missen!”, antwoord ik naar waarheid. Ze besluit te blijven maar trekt wel alvast haar winterjas aan, voor als hij toch opeens voor de deur staat straks.
Af en toe wordt er zomaar hard gelachen. Soms vallen er juist tranen op het papieren tafelkleed met het bloemenmotief om redenen die ik niet kan begrijpen. Maar de dames zelf begrijpen er nog veel minder van. Ze begrijpen niet waar hun vader nou blijft, of er nog huishoudelijke klussen gedaan moeten worden, waarom ze hun man zo weinig zien en waar ze zich bevinden. Ik weet het wel, - hun vaders zijn al lang dood, net als hun mannen, ze kunnen zich nauwelijks nog bewegen en ze bevinden zich in de huiskamer voor dementerende ouderen in het bejaardencentrum - maar ik zeg het ze niet.
Ik zing en lach liever met ze.